De Investor Preference Index (IPI) werd voor het eerst besproken in het magazine "Technical Analysis of Stocks & Commodities" in december 1997, op pagina 19. Het artikel is geschreven door Cyril V. Smith Jr.
Oorspronkelijk was deze indicator bedoeld als een hulpmiddel voor lange termijn beleggingen op de aandelenmarkt. Het vergeleek de prestaties van de S&P 500 met de New York Stock Exchange om het beleggerssentiment te meten. De theorie achter de IPI suggereert dat beleggers de voorkeur geven aan bepaalde soorten investeringen.
De indicator heeft vijf invoerparameters:
- Instrument: de naam van het financiële instrument
- ROC-periode: periode voor het berekenen van de prijsverandering
- Snelle gladstrijkperiode: de periode voor de snelle gladstrijking
- Trage gladstrijkperiode: de periode voor de trage gladstrijking
- Resultaatgladstrijkperiode: de periode voor de resulterende gladstrijking
Berekening:
IPI = 100.0 * (Resultaatgladstrijkperiode * SMA(B2, Resultaatgladstrijkperiode) + 1.0)
waarbij:
B2 = SMA(B1, Snelle gladstrijkperiode) - SMA(B1, Trage gladstrijkperiode) B1 = ROC1 - ROC2
ROC1 - de prijsverandering van het huidige symbool over de ROC-periode
ROC2 - de prijsverandering van het 'Instrument' symbool over de ROC-periode
ROC = 100.0 * Log(Close - Log2) / Log2
Log2 = Log(Close[ROC-periode])
Let op: Voor een correcte weergave van de indicator zijn historische gegevens voor het 'Instrument' symbool nodig, wat kan leiden tot een vertraging in de weergave van de oscillatorlijn bij de eerste opstart of bij het wisselen van symbool.

Figuur 1. Investor Preference Index GBPUSD ten opzichte van EURUSD

Figuur 2. Investor Preference Index GBPUSD ten opzichte van USDJPY

Figuur 3. Investor Preference Index GBPUSD ten opzichte van AUDCAD

Figuur 4. Investor Preference Index GBPUSD ten opzichte van USDRUB
Reactie 0